Fiscaal misbruik

1ste editie 2013

Thierry Afschrift

In voorraad
€ 101,00
icon-card
100% beveiligde betaling
icon-pack
Verzending binnen de 24/48 werkuren
icon-truck
Gratis levering in de Benelux
icon-phone
Hulp nodig? Contacteer ons op 0800 39 067

Beschrijving

In 1993 publiceerde Thierry Afschrift bij Larcier een boek “L’évitement licite de l’impôt et la réalité juridique”; een tweede editie verscheen in 2004. In dat werk beschrijft hij de fundamentele principes van de vrije keuze van de minst belaste weg, evenals de precieze draagwijdte van de algemene antimisbruikregel die werd gestemd in 1993.

Zijn standpunt werd opgepikt door de rechtspraak, die de zeer beperkte toepassingsmogelijkheden van artikel 344, § 1 van het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992 bevestigde.

Bij wege van de programmawet van 29 maart 2012 heeft de wetgever zich gewaagd aan een nieuwe antimisbruikmaatregel die een grotere draagwijdte zou moeten hebben, dit inzake de inkomstenbelastingen, de registratie- en de successierechten.

De wetgever heeft hiertoe het fiscaal recht verrijkt met een nieuw begrip, namelijk het “fiscaal misbruik”.

Thierry Afschrift maakt in dit boek een wetenschappelijke analyse van het begrip fiscaal misbruik, op grond van de wet, de klassieke interpretatieregels in fiscale zaken, en de parlementaire voorbereiding. Tevens neemt hij de opvattingen ter zake van andere fiscalisten onder de loep.

De auteur beschrijft de basis van het beginsel van de principiële gelding van de keuze van de minst belaste weg, alsook de exacte draagwijdte van de algemene anti-misbruikbepaling die in 1993 werd ingevoerd.

Hij drukt zich in kritische termen uit over de verzoenbaarheid van de antimisbruikmaatregel met de Grondwet, dit op het vlak van de registratie- en successierechten. Hij stelt ook de enige interpretatie van de antimisbruikmaatregel voor die toelaat om de wil van de wetgever te verzoenen met het grondwettelijke legaliteitsbeginsel in fiscale zaken.

 

Sylvie van Herreweghe werkte mee aan de redactie van de Nederlandse tekst. Zij is advocaat aan de balie van Brussel en vennoot van Thierry Afschrift.

Elektronische versie beschikbaar op :

  • Strada lex België

Heeft u een abonnement? Activeer kosteloos de digitale versie dankzij de code in het boek.

Korte inhoud

HOOFDSTUK I – Inleiding

HOOFDSTUK II – Belastingontwijking is in beginsel rechtmatig          

  1. Vijftig jaar constante rechtspraak     
  2. Het grondwettelijk legaliteitsbeginsel van de belasting en het beginsel van de rechtmatige keuze van de minst belaste weg      
  3. De theorie van de “fraus legis” is niet toepasbaar in fiscale zaken      
  4. De betekenis van het begrip “simulatie
  5. Het beginsel van de economische werkelijkheid bestaat niet in het fiscaal recht

 

HOOFDSTUK III – De misbruiken in het BTW-recht          

  1. De Europese invloed        
  2. In het Belgisch recht
  3. De verenigbaarheid met het beginsel van de vrije keuze van de minst belaste weg     

 

HOOFSTUK IV – De algemene “antimisbruikmaatregel” van 1993 tot 2012  

  1. De specifieke antimisbruikmaatregelen     
  2. De wet van 22 juli 1993          
  3. De rechtspraak met betrekking tot de toepassing van artikel 344, §1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992  
  4. De controverse over de toepassing van de antimisbruikmaatregel op het vlak van de Registratie- en Successierechten    
  5. De gebeurtenissen die hebben geleid tot de nieuwe antimisbruikmaatregel

 

HOOFDSTUK V – Het toepassingsgebied van de antimisbruikmaatregel     

  1. De twee bepalingen van de programmawet          
  2. De bepaling opgenomen in het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992
  3. Artikel 18, §2 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten         

HOOFDSTUK VI – Algemeen concept van de nieuwe antimisbruikmaatregel          

  1. De nieuwe tekst van artikel 344, §1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992     
  2. Lid 1: de niet-tegenstelbaarheid en de bewijslast
  3. De definitie van fiscaal misbruik      
  4. Lid 3: het tegenbewijs 
  5. Lid 4: het voorwerp van de belasting          
  6. Het fiscaal misbruik is een uitzondering op het beginsel van de rechtmatige keuze van de minst belaste weg

     

HOOFDSTUK VII – De antimisbruikmaatregelen in het Europees recht en hun geringe betekenis voor de Belgische algemene antimisbruikbepaling          

  1. Het beginsel van de rechtmatige keuze van de minst belaste weg in het Europees recht 
  2. Het rechtsmisbruik inzake BTW in de Europese rechtspraak    
  3. Het misbruik door de belastingplichtige van rechten gegrond op Europese niet-fiscale bepalingen        

 

HOOFDSTUK VIII – Het eerste geval van fiscaal misbruik: de constitutieve bestanddelen          

  1. De wettekst en de constitutieve bestanddelen van fiscaal misbruik    
  2. Een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen dat een verrichting vormt
  3. De belastingplichtige moet zich buiten het toepassingsgebied van een wetsbepaling plaatsen     
  4. De schending van de doelstellingen van een bepaling 
  5. Men moet rekening houden met de doelstellingen “van een bepaling”          

 

HOOFDSTUK IX – Het beoogde toepassingsgebied        

  1. De definitie van het beoogde toepassingsgebied van de bepaling
  2. Het verband tussen “het beoogde toepassingsgebied” en de interpretatieproblemen van de fiscale wet         
  3. De graad van zekerheid vereist om het beoogde toepassingsgebied te bepalen     
  4. De inhoud van het beoogde toepassingsgebied volgt uit de doelstellingen van de wetsbepaling en niet uit de middelen aangewend door de belastingplichtige          

 

 

HOOFDSTUK X – Het tweede geval van fiscaal misbruik: op zoek naar een voordeel dat niet beoogd werd door de wet

  1. De wettekst en de constitutieve bestanddelen die er uit op te maken zijn
    1. Een rechtshandeling of een geheel van rechtshandelingen waardoor de belastingplichtige een verrichting tot stand brengt
    2. Die verrichting moet recht geven op een “belastingvoordeel” ingevolge de formele toepassing van een fiscale bepaling
    3. Het belastingvoordeel moet voortvloeien uit een “bepaling” van het Wetboek of van de uitvoeringsbesluiten ervan
    4. Het nagestreefde voordeel moet in strijd zijn met de doelstellingen van de bepaling
    5. Het streven naar een belastingvoordeel moet het wezenlijke doel zijn van de verrichting

 

HOOFDSTUK XI – Het vereiste intentioneel element en de bewijslast

  1. De fiscus moet het fiscaal motief van de verrichting bewijzen
  2. De niet-fiscale motieven die de belastingplichtige moet aantonen
  3. De bijzondere kenmerken van het tweede geval van fiscaal misbruik
  4. De logica van bewijs en tegenbewijs
  5. De woorden “en aan de hand van objectieve omstandigheden

 

HOOFDSTUK XII – De rechtshandelingen die eenzelfde verrichting vormen

  1. Het begrip verrichting in artikel 344, §1 van het Wetboek
  2. De “step by step transaction”

 

HOOFDSTUK XIII – Het voorwerp van de belastingheffing in geval van fiscaal misbruik

  1. De tegenstrijdigheden tussen de wetteksten van de artikelen 344, § 1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 en 18, § 2 van het Wetboek der Registratie-, Hypotheek- en Griffierechten
  2. De analyse van de parlementaire voorbereiding
  3. De opvattingen uit de rechtsleer
  4. Het recht veranderen” of “de feiten veranderen
  5. De toekomstige gevolgen en de effecten ten aanzien van derden van het herdefiniëren van de belastbare basis en de belasting
  6. Het begrip niet-tegenstelbaarheid
  7. De bijzondere formulering van artikel 18, § 2 van het Wetboek der Registratierechten

 

HOOFDSTUK XIV – De strafrechtelijke en administratieve sancties

  1. Het administratief standpunt: geen strafrechtelijke sancties
  2. Analyse van de fiscale strafrechtelijke bepalingen die van toepassing kunnen zijn
  3. Bewijslast
  4. De administratieve sancties

 

HOOFDSTUK XV – De bevoegdheid van de dienst voorafgaande beslissingen inzake fiscaal misbruik

  1. De situatie vóór de inwerkingtreding van de wet van 29 maart 2012
  2. Het standpunt van de regering en de administratie betreffende de bevoegdheid van de dienst voorafgaande beslissingen ten aanzien van de nieuwe antimisbruikmaatregel
  3. Kritiek op het administratief standpunt
  4. De bevoegdheid van de dienst voorafgaande beslissingen inzake het “tegenbewijs

HOOFDSTUK XVI – Doorstaat de algemene antimisbruikbepaling de grondwettigheidstoets?

  1. De federale wetgever is onbevoegd inzake regionale belastingen
  2. De antimisbruikbepaling en het legaliteitsbeginsel van de belasting

 

HOOFDSTUK XVII – Inwerkingtreding

  1. Wetsbepalingen
  2. De betekenis die de belastingadministratie aan de tekst geeft, voor wat betreft de inkomstenbelastingen
  3. Toepassing op het geheel van rechtshandelingen die eenzelfde verrichting tot stand brengen
  4. Heeft de nieuwe antimisbruikbepaling terugwerkende kracht op het vlak van de inkomstenbelastingen?
  5. De inwerkingtreding op het vlak van de registratie- en successierechten

 

 

HOOFDSTUK XVIII – Positieve toepassingsvoorbeelden van de antimisbruikbepaling

  1. Cessie en “circulaire” retrocessie van activa om een verlies en aftrek van afschrijvingen te rechtvaardigen
  2. Voorschotten, andere dan geldleningen, toegekend aan een vennootschap om de herkwalificatie van interesten naar dividenden te vermijden
  3. Verkoop van onroerend goed vervangen door een afzonderlijke overdracht van erfpacht en eigendom, die vervolgens wordt bestendigd
  4. Het omzetten van een naamloze vennootschap in een B.V.B.A., gevolgd door een toekenning van haar onroerend vermogen aan haar vennoten
  5. Schenking onder opschortende termijn van overlijden

 

HOOFDSTUK XIX – Negatieve toepassingsgevallen inzake inkomstenbelastingen

  1. De oprichting van brievenbus- of schermvennootschappen
  2. Financiering van een vennootschap middels een openbare uitgifte, in plaats van een particuliere plaatsing
  3. De managementvennootschap
  4. De splitsing van de eigendom van een gebouw
  5. De woonplaats naar het buitenland overbrengen
  6. Cumul van reële en notionele interesten in een vennootschapsgroep
  7. Vermogensverzekering
  8. Vereffening van een vennootschap gevolgd door oprichting van een andere vennootschap

 

HOOFDSTUK XX – Negatieve toepassingsvoorbeelden inzake indirecte belastingen

  1. Handgift en schenking via een buitenlandse notaris
  2. Schenkingen in extremis
  3. Schenking en verzekering
  4. Schenking van contant geld gevolgd door een gesplitste aankoop van de naakte eigendom en het vruchtgebruik van een onroerend goed
  5. Verschillende soorten schenkingen waarvoor de richtlijn uitdrukkelijk erkent dat zij geen fiscaal misbruik vormen

HOOFDSTUK XXI – Besluit

Lijst van alle medewerkers

Auteur

  • Thierry Afschrift : Advocaat aan de balies van Brussel, Genève en MadridGewoon hoogleraar aan de ULB en de Ecole de Commerce SolvayAssociatie Afschrift

Met de medewerking van

  • Sylvie Van Herreweghe : Fiscaal stafrechter bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent

Mnemo

FISMIS

Taal

NL

ISBN

9782804461959

Aantal pagina's

292

Verschijningsdatum

mei 2013

Uitvoering

Boek

Gewicht

465 g